maandag 1 juni 2009

Nieuwe vormen van politiek

[eerder gepubliceerd op 4-5-2009]

De Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) heeft geadviseerd om partijen die geen leden hebben, maar donateurs (zoals Trots op Nederland en de PVV) ook overheidssubsidie te geven (zie de site van de ROB). Argument is dat deze 'partijen' ook laten zien dat ze draagvlak hebben in de maatschappij als ze donateurs hebben in plaats van leden.Ik ben het met de ROB eens dat politieke partijen nieuwe verbindingen met de samenleving moeten aangaan. Ik vind ook dat de huidige vorm van politieke partijen, waarbij leden het voor het zeggen hebben, zijn langste tijd gehad heeft. Slechts enkele procenten van de Nederlandse bevolking is lid van een politieke partij en daar weer een selectie van is actief lid en bepaalt politiek programma en kandidatenlijsten. Dat moet in deze tijd van nieuwe sociale netwerken en internet communities toch anders kunnen. Waarom kunnen kiezers zich bijvoorbeeld niet registreren als sympathisant en via netwerken meediscussiƫren over onderwerpen die hun nauw aan het hart liggen? Of waarom kunnen deze sympathisanten ook niet meebeslissen over partijprogramma en kandidatenlijsten? De drempel om mee te praten moet veel lager worden. Veel mensen hebben geen zin om hun stem te laten horen in vergaderzaaltjes. Internet biedt hier veel meer mogelijkheden voor. Ik heb zelf onlangs een ning geopend voor leden van GroenLinks in Culemborg (alleen op uitnodiging), waarmee we als fractie de vergaderingen van de gemeenteraad voorbereiden, moties maken, meningen polsen. Eerst was de ning alleen toegankelijk voor (steun)fractie en bestuur, maar sinds kort voor alle leden van GroenLinks in Culemborg. Ben benieuwd of dit tot een grotere betrokkenheid van de leden leidt.Ik ondersteun dus het advies van de ROB over nieuwe vormen van binding tussen politiek en samenleving, maar ik ben het niet eens met de ROB dat donateurs worden gelijkgesteld aan leden. Het is dan net of het geld dat iemand geeft de doorslag geeft en niet de kracht van de argumenten. En van dat laatste moeten we het toch hebben.