zaterdag 2 april 2011
Aardbeienacademie - les 1 grond en planten
Het is zaterdag 2 april. Prachtig weer voor de officiële opening van het aardbei-academisch jaar. Vandaag dus mijn aardbeienplantjes opgehaald bij professor Jan Robben in Oirschot. En zoals een eigenwijze student betaamd, niet alleen de adviezen van de hoogleraar opgevolgd, maar ook zelf wat gaan experimenteren. Ik zal mijn bevindingen hier regelmatig bijhouden, zodat ik gemakkelijker kennis en ervaringen kan uitwisselen met mijn medestudenten.
Ik heb drie rassen gekocht: Elsanta, Everest en Elie. De laatste twee zijn doordragers. Ik heb ze vandaag (2 april) direct in potten geplant. Een deel van de Elsanta's ga ik ook in de moestuin planten (rivierklei).
Ik heb als potgrond een mengsel gebruikt van tuinturf (doorvroren zwartveen) en 'potgrond speciaal' bestaande uit tuinturf, turfstrooisel, witte turf, bolsterveen en meststoffen. Dat mengsel zag er ongeveer hetzelfde uit als de grond die prof. Jan zelf gebruikte, dus ik hoop dat dat goed gaat.
Ik heb de helft van de potten bemest met Osmocote pillen (2 pillen per plant) volgens het advies van prof. Jan en de andere helft met 'Aardbeienmeststof' van Ecostyle. Dat is gedroogde organische mest met mycorrizhae-schimmels. Een klein, niet statistisch verantwoord experimentje. Kijken of de kunstmest het beter doet dan de organische mest.
Nu maar hopen dat de plantjes aanslaan!
zaterdag 3 juli 2010
Na de carrotmob de strawberrymob
Ik zie steeds meer initiatieven ontstaan die de positie van de consument willen versterken. Krispijn Beek schreef al eerder over de toenemende vraag naar transparantie over de milieu-effecten verbonden met voedselproductie. In die hoek schieten de initiatieven als paddenstoelen uit de grond. Clubfair, RankaBrand, People4Earth, KijkofhetKlopt en in de VS Good Guide.
Maar nu zie je ook een beweging op gang komen om consumenten samen te laten werken bij het verduurzamen van ketens. Was daar eerst Foodwatch (nog redelijk top-down). Vorige week kwam daar Nudge bij, een consumentenplatform dat 11/11 officieel van start gaat en consumentenkracht wil bundelen om een duurzame samenleving te bevorderen. Vorige week ontstond ook het idee van een #strawberrymob, een jaar na de eerste poging voor een carrotmob. Aanleiding was de pogingen van aardbeienteler Jan Robben om zijn - qua smaak - superieure aardbeien op een goede manier af te zetten. Supermarkten hebben voorkeur voor lang houdbare rassen, terwijl Jan's aardbeien sneller opgegeten moeten worden, maar wel veel lekkerder zijn. "Laten we een strawberrymob organiseren om Jan een steun in de rug te bieden" waren de reacties op Foodlog en Twitter.
En zo geschiede. Aanstaande zondag 4 juli ergens in Amsterdam Zuid vindt de eerste strawberrymob plaats. Een ideaal item voor de media, dus houd die in de gaten. En volg de ontwikkelingen op twitter natuurlijk!
Maar nu zie je ook een beweging op gang komen om consumenten samen te laten werken bij het verduurzamen van ketens. Was daar eerst Foodwatch (nog redelijk top-down). Vorige week kwam daar Nudge bij, een consumentenplatform dat 11/11 officieel van start gaat en consumentenkracht wil bundelen om een duurzame samenleving te bevorderen. Vorige week ontstond ook het idee van een #strawberrymob, een jaar na de eerste poging voor een carrotmob. Aanleiding was de pogingen van aardbeienteler Jan Robben om zijn - qua smaak - superieure aardbeien op een goede manier af te zetten. Supermarkten hebben voorkeur voor lang houdbare rassen, terwijl Jan's aardbeien sneller opgegeten moeten worden, maar wel veel lekkerder zijn. "Laten we een strawberrymob organiseren om Jan een steun in de rug te bieden" waren de reacties op Foodlog en Twitter.
En zo geschiede. Aanstaande zondag 4 juli ergens in Amsterdam Zuid vindt de eerste strawberrymob plaats. Een ideaal item voor de media, dus houd die in de gaten. En volg de ontwikkelingen op twitter natuurlijk!
woensdag 20 januari 2010
Food Inc. nu ook in Nederland
Gisteren was de Nederlandse première van de film Food Inc., een film over het Amerikaanse voedselsysteem. De Stichting Natuur en Milieu had er meteen een debat aan vastgeknoopt met als belangrijkste vraag: lijkt het voedselsysteem in Nederland ook op dat van de VS?
Eerst de film. Die biedt voor de lezers van de boeken van Michael Pollan niet veel nieuws. De film is wat dikker aangezet en minder onderzoekend en journalistiek zoals Pollan doet. Maar het is wel indringend om er de beelden bij te zien. Van de pluimveehoudster die onder contract staat bij Tyson en met handen en voeten gebonden is aan een houderijsysteem dat ze diep in haar hart niet wil, van de eindeloze maïsvelden die dienen als grondstof voor bijna alles wat we in de supermarkt vinden en van de moeder die haar zoon is verloren door besmetting met E.coli. De Amerikaanse VWA heeft te weinig middelen om misstanden in slachterijen aan te pakken en de industrie zorgt niet voor een betere hygiëne, maar ontsmet al het vlees met ammoniak om de bacteriën te doden. Echt smakelijk ziet dat er niet uit, moet ik zeggen. Het meest schokkende vond ik het eind van de film, waarbij duidelijk wordt gemaakt dat de voedselindustrie iedereen juridisch aanpakt die kritiek op ze heeft of die economische belangen schaadt. Dit leidde tot het proces tegen Oprah, omdat ze zei dat ze geen hamburgers wilde eten, maar ook tegen een kleine boer die geen gmo-soja wil gebruiken. Zijn eigen soja werd ongewild 'besmet' met de gmo-soja van Monsanto, waarna Monsanto een rechtszaak aanspande en de boer van patentbreuk beschuldigde.
De opkomst bij de film en het debat was goed. Vooral vertegenwoordigers van NGO's, maar ook mensen van het bedrijfsleven en LNV waren vertegenwoordigd. Het debat na afloop van de film was niet erg bijzonder. De stellingen waren kort door de bocht ("Door de Nederlandse landbouwproductie verhongert de rest van de wereld") en de standpunten voor de hand liggend. Wat me wel opviel was dat de Miriam de Rijk (Stichting Natuur en Milieu) en discussie over schaalvergroting erg praktisch benaderde en niet ideologisch. Als schaalvergroting leidt tot minder milieu-emissie en beter dierenwelzijn dan is er wat haar betreft niets aan de hand.
Voor iedereen die geïnteresseerd is in de 'moderne' voedselproductie in de VS, is de film een aanrader. Gelukkig zijn de grootste uitwassen in Nederland nog afwezig. Het is echter niet te hopen dat de VS hierbij ons voorland is.
Eerst de film. Die biedt voor de lezers van de boeken van Michael Pollan niet veel nieuws. De film is wat dikker aangezet en minder onderzoekend en journalistiek zoals Pollan doet. Maar het is wel indringend om er de beelden bij te zien. Van de pluimveehoudster die onder contract staat bij Tyson en met handen en voeten gebonden is aan een houderijsysteem dat ze diep in haar hart niet wil, van de eindeloze maïsvelden die dienen als grondstof voor bijna alles wat we in de supermarkt vinden en van de moeder die haar zoon is verloren door besmetting met E.coli. De Amerikaanse VWA heeft te weinig middelen om misstanden in slachterijen aan te pakken en de industrie zorgt niet voor een betere hygiëne, maar ontsmet al het vlees met ammoniak om de bacteriën te doden. Echt smakelijk ziet dat er niet uit, moet ik zeggen. Het meest schokkende vond ik het eind van de film, waarbij duidelijk wordt gemaakt dat de voedselindustrie iedereen juridisch aanpakt die kritiek op ze heeft of die economische belangen schaadt. Dit leidde tot het proces tegen Oprah, omdat ze zei dat ze geen hamburgers wilde eten, maar ook tegen een kleine boer die geen gmo-soja wil gebruiken. Zijn eigen soja werd ongewild 'besmet' met de gmo-soja van Monsanto, waarna Monsanto een rechtszaak aanspande en de boer van patentbreuk beschuldigde.
De opkomst bij de film en het debat was goed. Vooral vertegenwoordigers van NGO's, maar ook mensen van het bedrijfsleven en LNV waren vertegenwoordigd. Het debat na afloop van de film was niet erg bijzonder. De stellingen waren kort door de bocht ("Door de Nederlandse landbouwproductie verhongert de rest van de wereld") en de standpunten voor de hand liggend. Wat me wel opviel was dat de Miriam de Rijk (Stichting Natuur en Milieu) en discussie over schaalvergroting erg praktisch benaderde en niet ideologisch. Als schaalvergroting leidt tot minder milieu-emissie en beter dierenwelzijn dan is er wat haar betreft niets aan de hand.
Voor iedereen die geïnteresseerd is in de 'moderne' voedselproductie in de VS, is de film een aanrader. Gelukkig zijn de grootste uitwassen in Nederland nog afwezig. Het is echter niet te hopen dat de VS hierbij ons voorland is.
maandag 4 januari 2010
Groene intelligentie
In de Kerstvakantie het boek 'Groene intelligentie' van Daniel Goleman gelezen. Toevallig dat ik dat boek in handen kreeg. Wibo Koole (create2connect) had het gestuurd aan de voorzitter van de Consumentenbond en aan minister Verburg. Via via kwam het vervolgens op mijn bordje terecht.
Interessant boek. Goleman pleit vooral voor 'radicale transparantie' als het gaat om de milieugevolgen van producten. Consumenten moeten van elk product kunnen weten wat bijvoorbeeld de milieu-effecten zijn en of er kinderarbeid bij betrokken is geweest. Goleman's stelling is dat consumenten uit zichzelf gaan kiezen voor duurzamere producten als ze kennis hebben van deze negatieve effecten. Hij noemt daarbij enkele concrete voorbeelden. Transparantie zal volgens hem ook leiden tot concurrentie tussen bedrijven op het gebied van duurzaamheid, in plaats van alleen maar op prijs en kwaliteit.
Dit optimisme over de effecten van transparantie deel ik niet helemaal. Ik denk niet dat het merendeel van de consumenten vanzelf duurzamere producten gaat kiezen. Ik denk wel dat een deel van de consumenten dat zal doen en ik denk dat maatschappelijke organisaties een belangrijke sturende rol gaan spelen. Als blijkt dat een supermarkt of warenhuis veel onduurzame producten verkoopt, dan zal er zeker druk ontstaan om deze producten uit de schappen te halen. Dan hoeft de consument dus niet meer te kiezen. Een belangrijke reden om toch te blijven pleiten voor 'radicale transparantie'
Interessant boek. Goleman pleit vooral voor 'radicale transparantie' als het gaat om de milieugevolgen van producten. Consumenten moeten van elk product kunnen weten wat bijvoorbeeld de milieu-effecten zijn en of er kinderarbeid bij betrokken is geweest. Goleman's stelling is dat consumenten uit zichzelf gaan kiezen voor duurzamere producten als ze kennis hebben van deze negatieve effecten. Hij noemt daarbij enkele concrete voorbeelden. Transparantie zal volgens hem ook leiden tot concurrentie tussen bedrijven op het gebied van duurzaamheid, in plaats van alleen maar op prijs en kwaliteit.
Dit optimisme over de effecten van transparantie deel ik niet helemaal. Ik denk niet dat het merendeel van de consumenten vanzelf duurzamere producten gaat kiezen. Ik denk wel dat een deel van de consumenten dat zal doen en ik denk dat maatschappelijke organisaties een belangrijke sturende rol gaan spelen. Als blijkt dat een supermarkt of warenhuis veel onduurzame producten verkoopt, dan zal er zeker druk ontstaan om deze producten uit de schappen te halen. Dan hoeft de consument dus niet meer te kiezen. Een belangrijke reden om toch te blijven pleiten voor 'radicale transparantie'
donderdag 26 november 2009
Liberaal paternalisme

Lange tijd is de consument beschouwd als een 'homo economicus' die bij het maken van al zijn keuzes rationeel voor- en nadelen, kosten en baten tegen elkaar afweegt. Maar zo rationeel zijn consumenten niet. Het zijn mensen van vlees en bloed. Het kost nu eenmaal veel te veel moeite om steeds alles te moeten afwegen. Mensen zijn gewoontedieren. Of zoals gedragseconoom Richard Thaler zei bij de jaarlijkse Lecture van de WRR: "We have to deal with 'Humans' not with 'Econs'".
Maar kan bijvoorbeeld de overheid dan nog invloed uitoefenen op de keuzes die mensen maken? Niet met voorlichtingscampagnes, zeggen de gedragseconomen. Die kunnen zelfs averechts werken. Er zijn onderzoeksgegevens dat de waarschuwingen op sigaretten ('Rokers sterven jonger') juist extra aantrekkingskracht uitoefenen op pubers, in plaats van afschrikken.
Meer kansen biedt het zogenaamde 'nudging'. Je zou dat kunnen vertalen als mensen een geleide keuze laten maken. Of ook wel: de goede keuze gemakkelijker maken. Uiteraard moet het dan wel duidelijk zijn wat dan die goede keuze is. Voorbeeld is sparen voor je pensioen. Iedereen is er van overtuigd dat sparen voor je pensioen goed voor je is. De standaardoptie is deelname aan een pensioenverzekering. De meeste mensen doen dus gewoon mee. Als je niet wilt deelnemen, dan moet je dat actief aangeven. Richard Thaler noemde ook nog de vlieg in het urinoir op Schiphol. Uit ervaring blijkt dat de schoonmaakkosten daarmee sterk worden teruggedrongen en mannen vinden het nu eenmaal leuk om ergens op te richten.
Henriëtte Prast van de WRR noemde in een interview voor de NRC als voorbeeld de keuze voor vlees of geen vlees. Nu is de standaard: vlees eten. Ben je vegetariër, dan moet je voortdurend aangeven dat je geen vlees wilt. Elke keer moet een vleesverlater dus psychologische kosten betalen en zich verantwoorden. Prast stelt voor om de standaard om te draaien: serveer vleesloze gerechten en laat iemand die vlees wil dat aangeven. 'Bent u carnivoor, geef het door'. Zo'n aanpak wordt ook wel 'liberaal paternalisme' genoemd. Liberaal omdat je de keuzevrijheid respecteert, maar paternalistisch omdat je mensen helpt om de goede keuze te maken. In dit geval een keuze die minder broeikasgassen uitstoot en biodiversiteit spaart. Bewust mensen beïnvloeden wordt ook wel keuzearchitectuur genoemd. Uiteraard is dit een aanpak die in de supermarktwereld al lang bekend is en gebruikt wordt. De vraag is of de overheid hier ook gebruik van kan gaan maken om mensen te bewegen om keuzes te maken die het milieu minder belasten.
Labels:
gedrag,
gedragseconomie,
nudging
donderdag 22 oktober 2009
Debatteren over voedsel

Afgelopen vrijdag was het Wereldvoedseldag. Om deze dag luister bij te zetten organiseerden verschillende partijen een debat over de wereldvoedselproductie onder de titel ’Goed te eten in 2050?’. Een van de vele debatten de laatste weken, trouwens. Een week eerder was ik bij een debat in Wageningen georganiseerd door Schuttelaar en natuurlijk zijn er de debatten in De Rode Hoed over de toekomst van de landbouw en ons voedsel, die op internet tot boeiende discussies hebben geleid op Foodlog (debat 1, debat 2 en debat 3).
Wat me enorm opvalt en ook wel zorgen baart, is dat veel debatten nog steeds zo sterk vanuit hokjes en geharnaste posities worden gevoerd. Bij sommige discussies voel ik me weer in de collegebankjes zitten toen er felle debatten waren over biologisch versus gangbaar, kleinschalige versus grootschalige landbouw en tussen de aanhangers van de Appropriate Technology en de sociologen van het Imperialisme Kollektief.
In de debatten zijn grofweg vier wetenschappelijke stromingen te onderscheiden: de Technologen, de Biologen, de Sociologen en de Economen.
De Technologen hebben een grenzeloos vertrouwen in de technologie. Als we dat maar genoeg inzetten dan zullen de opbrengsten per hectare verveelvoudigen en kunnen we de 9 miljard mensen in 2050 met gemak voeden. De milieuproblemen kunnen we technisch oplossen door zonne-energie in te zetten, fosfaat terug te winnen, heel precies te bemesten en ziekten en plagen met moderne middelen onder controle te houden. Prof. Rabbinge en Prem Bindraban van de Wageningen Universiteit (WUR) zijn belangrijke vertegenwoordigers van deze stroming, maar ook Louise Fresco reken ik hiertoe.
De tweede groep zijn de Biologen. Die zijn voor het sluiten van kringlopen en voor het benutten van natuurlijke processen. Zij zien de oplossing van het voedselprobleem vooral in het promoten van biologische landbouw. Iets waar de Technologen helemaal niets in zien, vanwege de verwachte lage opbrengsten. De Biologen zijn van hun kant fel gekant tegen sommige technologische oplossingen, zoals genetisch gemodificeerde organismen. De Biologen zien we vooral veel in de hoek van de biologische landbouw, zoals Jan Juffermans van de Kleine Aarde, maar ook bij de natuur- en milieubeweging. Opvallend weinig van deze groep bij de WUR. Dat bleek ook wel bij het Schuttelaar-debat toen de zaal vol grijze Wageningers zat die biologische landbouw nog steeds een geloof noemden.
Dan zijn er de Sociologen. Die zitten vaak op één lijn met de Biologen, maar zien vooral het kwaad in het grootkapitaal en zetten zich af tegen de industrialisering van de landbouw, omdat dit uiteindelijk leidt tot de ondergang van de echte boerenlandbouw. Hier vooral een pleidooi voor kleinschalige landbouw waar boeren zeggenschap houden over de eigen productiemiddelen. Ook pleiten zij vaker voor marktregulering. Jan-Douwe van der Ploeg (ook WUR) is al jaren de grootste exponent van deze groep. Wat mij opviel in het debat was dat de analyses dezelfde zijn als 25 jaar geleden, maar dat er nauwelijks nieuwe oplossingen uit deze kring komen.
Ten slotte zijn er de Economen. Die geloven vooral in het heil van de markt. Als die maar optimaal en transparant functioneert dan komt het uiteindelijk allemaal goed. Vrijhandel tussen landen is nodig om te komen tot een toenemende welvaart in de wereld. In de ogen van Economen is schaalvergroting in de landbouw iets onvermijdelijks. Ze zijn het daarom vaker eens met de Technologen. Ook Economen vinden we bij de WUR, maar zij komen tot heel andere conclusies dan de Sociologen.
Wat me nu het meest verontrust is dat we na 25 jaar nog steeds dezelfde debatten met elkaar voeren en dat de verschillende meningen en opvattingen geen duimbreed dichter bij elkaar zijn gekomen. De WUR blijkt inderdaad het spreekwoordelijke veelkoppige monster te zijn, met dito meningen. Het lukt blijkbaar niet om tot een gemeenschappelijke probleemperceptie te komen, laat staan tot breedgedragen oplossingen. In mijn ogen moeten de muren van de hokjes nodig geslecht worden. Wat we nodig hebben zijn Nuchtere Denkers, Bruggenbouwers en Over Muren Kijkers, die niet vanuit vaste stellingen naar de huidige problemen kijken, maar intelligente combinaties kunnen maken en kennis kunnen combineren van verschillende wetenschappen om zo tot duurzame oplossingen te komen. Waarom is gentech per definitie slecht als gewassen daardoor beter tegen droogte kunnen? Wat is er mis om in Afrika biologische systemen de promoten die de kringlopen van mineralen zo veel mogelijk sluiten, zodat kleine boeren niet steeds de dure kunstmest hoeven te kopen? Toen ik nog studeerde propageerden we het Interdisciplinaire Werken. Blijkbaar is die stroming in Wageningen nog steeds niet echt van de grond gekomen.
zondag 30 augustus 2009
Dierlijk of plantaardig eiwit?
De vierde aflevering van De Smaak van Nederland ging over de vraag of we onze eiwitten moeten halen uit dieren of uit planten. De meeste mensen eten graag vlees en hoe meer inkomen ze krijgen, hoe meer vlees en zuivel ze gaan eten. Dat geldt niet zozeer in Nederland, maar des te meer in China en India. Nadeel van vlees en zuivel is dat de productie veel grondstoffen (veevoer) vereist en heel veel water. Als iedereen in de wereld straks in 2050 evenveel veel dierlijke eiwitten gaat eten als we nu in het westen eten, dan hebben we meerdere aardbollen nodig. Dat gaat dus niet.
Maar wat dan wel? Gisteren op Kasteel Groeneveld kwamen wat alternatieven langs voor de lunch en het diner van 2020: alternatief broodbeleg op basis van peulvruchten, insecten en groenten. Dito suggesties voor de warme maaltijd. Ik vond de peulvruchten nog niet allemaal even lekker. Maar ik heb veel mensen gesproken die ervan overtuigd zijn dat peulvruchten terug moeten op de menukaart en dat ze ook lekker bereid kunnen worden. Tijdens de discussie werden nog hapjes geserveerd van dieren die we normaal gesproken niet eten: Japanse oesters en kalfshart. Erg verrassend. Vooral het kalfshart was een openbaring. Zonde dat we dat soort voedsel niet consumeren en aan onze huisdieren voeren. Kijk voor meer info op Foodlog.
Abonneren op:
Berichten (Atom)



