vrijdag 30 november 2012

Boeren tussen Broadway en The Bronx

(Blog is eerder verschenen op 17-12-12 op de site van InnovatieNetwerk)

Begin oktober jl. had ik het voorrecht om deel te nemen aan een studiereis over stadslandbouw in New York City. Het reisgezelschap was zeer gevarieerd: overheid, onderwijs, NGO’s, universiteit en bedrijfsleven. Te veel indrukken om in één blog samen te vatten. Daarom geef ik hier mijn belangrijkste bevindingen weer. Onderaan staan enkele links naar blogs van andere deelnemers en naar websites die veel gedetailleerder verslag doen van ‘urban farming in NYC’.
Stadslandbouw in New York City is booming. Dat kunnen we wel zeggen. Er zijn meer dan 700 initiatieven en dagelijks komen er meer bij. De drivers achter deze initiatieven zijn echter zeer verschillend.

Allereerst: In de armere wijken met weinig groen zijn ‘community gardens’ hét antwoord op verpaupering. Op braakliggende stukken gemeentegrond beginnen bewoners tuintjes aan te leggen om groenten te verbouwen of om een plek te hebben om te recreëren. Begin deze eeuw heeft burgemeester Giuliani nog geprobeerd de tuinen weer te verkopen aan projectontwikkelaars, maar daar kwam veel protest tegen. Nu faciliteert de gemeente New York via het programma Green Thumb de community gardens door zaaizaad en schone grond te verstrekken en – indien nodig – te helpen bij het opruimen van zware spullen. Als nieuwe initiatieven zich aanmelden, krijgen ze een vergunning en wordt er een hek geplaatst met een bord waarop de naam van de tuin staat en een telefoonnummer voor klachten. De tuinen moeten minimaal 20 uur per week openbaar toegankelijk zijn en de gebruikers moeten zich aan enkele regels houden.

Een tweede driver is gezondheid en voedselzekerheid. In veel armere wijken van New York zijn verse groenten niet gemakkelijk te krijgen. Zeker niet als je graag groenten eet uit je eigen land van herkomst. In The Bronx hebben we de organisatie ‘La Familia Verde' bezocht. Zij hebben vijf tuinen onder hun hoede die allemaal verschillende groenten verbouwen: van Mexicaanse kruiden tot diverse pepertjes uit de Caraïben. Veel van de community gardens houden regelmatig een boerenmarkt om hun eigen spullen aan buurtbewoners te verkopen. Hierdoor maken ze het veel gemakkelijker voor wijkbewoners om verse groenten te kopen die ze kennen.

Een andere driver is educatie. In de armere wijken worden stadslandbouwinitiatieven gebruikt om kansarme jongeren op te leiden tot leiders binnen hun gemeenschap. Een mooi voorbeeld zijn de East New York Farms waar jongeren tussen de 13 en 17 leren hoe ze groenten moeten verbouwen, maar ook hoe ze een boerenmarkt moeten organiseren, hoe ze anderen kunnen helpen bij het tuinieren en wat de rol van stadslandbouw kan zijn in de lokale gemeenschap. Nog zo’n voorbeeld is de Red Hook Community Farm waar tuinbouw plaatsvindt in grond bovenop een oud baseballveld van asfalt en waar honderden vrijwilligers bezig zijn met groenten verbouwen en jongeren opleiden. Ook universiteitsstudenten die met hun afgeronde studie geen baan kunnen vinden, raken geïnteresseerd in stadslandbouw. Het voorbeeldbedrijf Stone Barns net buiten New York leidt jongeren op om zelf een boerderij te beginnen. Vaak jongeren zonder agrarische achtergrond, maar wel zeer geïnteresseerd in voedsel en ecologische processen en gedreven om de maatschappelijke waarde van voedsel en landbouw naar voren te brengen.

Een vierde driver is de verbinding herstellen tussen mensen en hun voedsel. Ook een vorm van educatie. In het zuidelijkste puntje van Manhattan, op steenworpafstand van Wallstreet zijn een paar enthousiastelingen de Battery Urban Farm begonnen. Kinderen leren hoe groenten groeien en hoe ze smaken, maar ook volwassenen vinden het leuk om – vaak schoorvoetend – binnen te komen en vragen te stellen. Kinderen van naburige scholen krijgen een programma aangeboden en proeven de verschillende groenten. Resultaat: aan het begin lusten kinderen alleen worteltjes en broccoli, maar na een jaar wroeten en proeven eten ze alle groenten! Overigens kregen we tijdens de reis ook nog informatie over het uitgebreide SchoolFood program van New York City. De overheid verstrekt jaarlijks 117 miljoen schoolmaaltijden aan alle openbare scholen! Zowel ontbijt, als lunch. De meeste zijn gratis en worden verstrekt aan kinderen uit armere gezinnen. De samenstelling van de maaltijden is op last van de overheid gezonder geworden en minder calorierijk. Dat heeft weer tot een tegenreactie geleid van scholieren die hun maaltijd nu niet meer te pruimen vinden. Tja, hadden ze maar naar de Battery Urban Farm moeten gaan.

En dan de economie. Niet voor niets op de vijfde plaats. Een van mijn vragen voordat ik naar New York vertrok, was hoe stadslandbouwprojecten zich financieel bedruipen. Wat is het verdienmodel? Dat is er maar zeer ten dele. Veel van de initiatieven krijgen financiële steun van diverse particuliere fondsen en soms een beetje van de overheid vanwege hun belangrijke rol in gemeenschapsontwikkeling en educatie. Daardoor kunnen ze mensen inhuren en programma’s ontwikkelen. Maar er zijn wel degelijk ook economische voordelen. Op zaterdag bezochten we de grootste boerenmarkt in New York op het Union Square in downtown Manhattan. De markt is opgezet door GrowNYC, een milieuorganisatie die heel praktisch is gaan samenwerken met bewoners. Ze organiseren onder andere boerenmarkten door heel New York en bieden daardoor een kans voor boeren en tuinders rondom de stad om hun producten rechtstreeks te verkopen aan de consument. Op de markt kunnen mensen ook betalen met hun voedselbonnen (Food Stamps), die door de overheid worden verstrekt aan mensen met weinig geld. Die bonnen kunnen overal worden ingeleverd (ook bij de pizzabakker), maar de gemeente New York geeft een extra bonus van $2 als een voedselbon van $5 wordt ingeleverd bij een boerenmarkt. Hierdoor kunnen mensen met een kleine portemonnee toch verse boerenproducten kopen. De wachtlijst voor verkopende boeren bewijst dat het ook voor hen zeer rendabel is. Aandachtspunt blijft de logistiek. Het is voor boeren nauwelijks rendabel om met een vrachtautotootje met verse producten de restaurants te gaan beleveren: parkeren is een groot probleem in Manhattan en het kost simpelweg te veel tijd. Vandaar dat GrowNYC ook begonnen is met een groothandel voor boerenproducten. Door meerdere producten te bundelen moet de logistiek handiger te regelen zijn.

Een ander initiatief dat zichzelf kan bedruipen is de Brooklyn Grange, een daktuin op een industrieel gebouw dat nu onder andere wordt gebruikt als café-restaurant. Het bouwplan wordt zorgvuldig samengesteld aan de hand van de verwachte opbrengsten en verkoopwaarde. De groenten worden afgezet naar naburige restaurants en rechtstreeks geleverd aan consumenten. Vaak verbinden consumenten zich ook voor langere tijd aan een dergelijk initiatief door middel van een CSA (Community Supported Agriculture). En zo’n daktuin leent zich natuurlijk ook goed voor een feestje of een andere bijeenkomst. Nog een mooie inkomstenbron.

Kortom, stadslandbouw in New York verenigt vele functies: wijkontwikkeling, gezondheid, educatie en economie. Rode draad is toch dat voedsel mensen met elkaar verbindt en de saamhorigheid en samenwerking bevordert. Daardoor zit de grootste winst niet bij het vergroten van het financiële kapitaal, maar vooral bij het sociale kapitaal.

Links:
Blog van Esther Veen, onderzoeker stadslandbouw
Blog van Jan Vannoppen, directeur van Velt in België
Verslag van Niko Moerman van het Productschap Tuinbouw
• Site waar alles op staat over stadslandbouw in New York
Food Works, een plan van de New York City Council voor een voedselstrategie in NYC. Plan heeft nog geen formele status, maar wordt wel uitgedragen door de waarschijnlijk volgende burgemeester van New York, Christine Quinn.

zaterdag 2 april 2011

Aardbeienacademie - les 1 grond en planten


Het is zaterdag 2 april. Prachtig weer voor de officiële opening van het aardbei-academisch jaar. Vandaag dus mijn aardbeienplantjes opgehaald bij professor Jan Robben in Oirschot. En zoals een eigenwijze student betaamd, niet alleen de adviezen van de hoogleraar opgevolgd, maar ook zelf wat gaan experimenteren. Ik zal mijn bevindingen hier regelmatig bijhouden, zodat ik gemakkelijker kennis en ervaringen kan uitwisselen met mijn medestudenten.

Ik heb drie rassen gekocht: Elsanta, Everest en Elie. De laatste twee zijn doordragers. Ik heb ze vandaag (2 april) direct in potten geplant. Een deel van de Elsanta's ga ik ook in de moestuin planten (rivierklei).




Ik heb als potgrond een mengsel gebruikt van tuinturf (doorvroren zwartveen) en 'potgrond speciaal' bestaande uit tuinturf, turfstrooisel, witte turf, bolsterveen en meststoffen. Dat mengsel zag er ongeveer hetzelfde uit als de grond die prof. Jan zelf gebruikte, dus ik hoop dat dat goed gaat.

Ik heb de helft van de potten bemest met Osmocote pillen (2 pillen per plant) volgens het advies van prof. Jan en de andere helft met 'Aardbeienmeststof' van Ecostyle. Dat is gedroogde organische mest met mycorrizhae-schimmels. Een klein, niet statistisch verantwoord experimentje. Kijken of de kunstmest het beter doet dan de organische mest.

Nu maar hopen dat de plantjes aanslaan!

zaterdag 3 juli 2010

Na de carrotmob de strawberrymob

Ik zie steeds meer initiatieven ontstaan die de positie van de consument willen versterken. Krispijn Beek schreef al eerder over de toenemende vraag naar transparantie over de milieu-effecten verbonden met voedselproductie. In die hoek schieten de initiatieven als paddenstoelen uit de grond. Clubfair, RankaBrand, People4Earth, KijkofhetKlopt en in de VS Good Guide.
Maar nu zie je ook een beweging op gang komen om consumenten samen te laten werken bij het verduurzamen van ketens. Was daar eerst Foodwatch (nog redelijk top-down). Vorige week kwam daar Nudge bij, een consumentenplatform dat 11/11 officieel van start gaat en consumentenkracht wil bundelen om een duurzame samenleving te bevorderen. Vorige week ontstond ook het idee van een #strawberrymob, een jaar na de eerste poging voor een carrotmob. Aanleiding was de pogingen van aardbeienteler Jan Robben om zijn - qua smaak - superieure aardbeien op een goede manier af te zetten. Supermarkten hebben voorkeur voor lang houdbare rassen, terwijl Jan's aardbeien sneller opgegeten moeten worden, maar wel veel lekkerder zijn. "Laten we een strawberrymob organiseren om Jan een steun in de rug te bieden" waren de reacties op Foodlog en Twitter.

En zo geschiede. Aanstaande zondag 4 juli ergens in Amsterdam Zuid vindt de eerste strawberrymob plaats. Een ideaal item voor de media, dus houd die in de gaten. En volg de ontwikkelingen op twitter natuurlijk!

woensdag 20 januari 2010

Food Inc. nu ook in Nederland


Gisteren was de Nederlandse première van de film Food Inc., een film over het Amerikaanse voedselsysteem. De Stichting Natuur en Milieu had er meteen een debat aan vastgeknoopt met als belangrijkste vraag: lijkt het voedselsysteem in Nederland ook op dat van de VS?

Eerst de film. Die biedt voor de lezers van de boeken van Michael Pollan niet veel nieuws. De film is wat dikker aangezet en minder onderzoekend en journalistiek zoals Pollan doet. Maar het is wel indringend om er de beelden bij te zien. Van de pluimveehoudster die onder contract staat bij Tyson en met handen en voeten gebonden is aan een houderijsysteem dat ze diep in haar hart niet wil, van de eindeloze maïsvelden die dienen als grondstof voor bijna alles wat we in de supermarkt vinden en van de moeder die haar zoon is verloren door besmetting met E.coli. De Amerikaanse VWA heeft te weinig middelen om misstanden in slachterijen aan te pakken en de industrie zorgt niet voor een betere hygiëne, maar ontsmet al het vlees met ammoniak om de bacteriën te doden. Echt smakelijk ziet dat er niet uit, moet ik zeggen. Het meest schokkende vond ik het eind van de film, waarbij duidelijk wordt gemaakt dat de voedselindustrie iedereen juridisch aanpakt die kritiek op ze heeft of die economische belangen schaadt. Dit leidde tot het proces tegen Oprah, omdat ze zei dat ze geen hamburgers wilde eten, maar ook tegen een kleine boer die geen gmo-soja wil gebruiken. Zijn eigen soja werd ongewild 'besmet' met de gmo-soja van Monsanto, waarna Monsanto een rechtszaak aanspande en de boer van patentbreuk beschuldigde.

De opkomst bij de film en het debat was goed. Vooral vertegenwoordigers van NGO's, maar ook mensen van het bedrijfsleven en LNV waren vertegenwoordigd. Het debat na afloop van de film was niet erg bijzonder. De stellingen waren kort door de bocht ("Door de Nederlandse landbouwproductie verhongert de rest van de wereld") en de standpunten voor de hand liggend. Wat me wel opviel was dat de Miriam de Rijk (Stichting Natuur en Milieu) en discussie over schaalvergroting erg praktisch benaderde en niet ideologisch. Als schaalvergroting leidt tot minder milieu-emissie en beter dierenwelzijn dan is er wat haar betreft niets aan de hand.

Voor iedereen die geïnteresseerd is in de 'moderne' voedselproductie in de VS, is de film een aanrader. Gelukkig zijn de grootste uitwassen in Nederland nog afwezig. Het is echter niet te hopen dat de VS hierbij ons voorland is.

maandag 4 januari 2010

Groene intelligentie


In de Kerstvakantie het boek 'Groene intelligentie' van Daniel Goleman gelezen. Toevallig dat ik dat boek in handen kreeg. Wibo Koole (create2connect) had het gestuurd aan de voorzitter van de Consumentenbond en aan minister Verburg. Via via kwam het vervolgens op mijn bordje terecht.
Interessant boek. Goleman pleit vooral voor 'radicale transparantie' als het gaat om de milieugevolgen van producten. Consumenten moeten van elk product kunnen weten wat bijvoorbeeld de milieu-effecten zijn en of er kinderarbeid bij betrokken is geweest. Goleman's stelling is dat consumenten uit zichzelf gaan kiezen voor duurzamere producten als ze kennis hebben van deze negatieve effecten. Hij noemt daarbij enkele concrete voorbeelden. Transparantie zal volgens hem ook leiden tot concurrentie tussen bedrijven op het gebied van duurzaamheid, in plaats van alleen maar op prijs en kwaliteit.
Dit optimisme over de effecten van transparantie deel ik niet helemaal. Ik denk niet dat het merendeel van de consumenten vanzelf duurzamere producten gaat kiezen. Ik denk wel dat een deel van de consumenten dat zal doen en ik denk dat maatschappelijke organisaties een belangrijke sturende rol gaan spelen. Als blijkt dat een supermarkt of warenhuis veel onduurzame producten verkoopt, dan zal er zeker druk ontstaan om deze producten uit de schappen te halen. Dan hoeft de consument dus niet meer te kiezen. Een belangrijke reden om toch te blijven pleiten voor 'radicale transparantie'

donderdag 26 november 2009

Liberaal paternalisme


Lange tijd is de consument beschouwd als een 'homo economicus' die bij het maken van al zijn keuzes rationeel voor- en nadelen, kosten en baten tegen elkaar afweegt. Maar zo rationeel zijn consumenten niet. Het zijn mensen van vlees en bloed. Het kost nu eenmaal veel te veel moeite om steeds alles te moeten afwegen. Mensen zijn gewoontedieren. Of zoals gedragseconoom Richard Thaler zei bij de jaarlijkse Lecture van de WRR: "We have to deal with 'Humans' not with 'Econs'".
Maar kan bijvoorbeeld de overheid dan nog invloed uitoefenen op de keuzes die mensen maken? Niet met voorlichtingscampagnes, zeggen de gedragseconomen. Die kunnen zelfs averechts werken. Er zijn onderzoeksgegevens dat de waarschuwingen op sigaretten ('Rokers sterven jonger') juist extra aantrekkingskracht uitoefenen op pubers, in plaats van afschrikken.
Meer kansen biedt het zogenaamde 'nudging'. Je zou dat kunnen vertalen als mensen een geleide keuze laten maken. Of ook wel: de goede keuze gemakkelijker maken. Uiteraard moet het dan wel duidelijk zijn wat dan die goede keuze is. Voorbeeld is sparen voor je pensioen. Iedereen is er van overtuigd dat sparen voor je pensioen goed voor je is. De standaardoptie is deelname aan een pensioenverzekering. De meeste mensen doen dus gewoon mee. Als je niet wilt deelnemen, dan moet je dat actief aangeven. Richard Thaler noemde ook nog de vlieg in het urinoir op Schiphol. Uit ervaring blijkt dat de schoonmaakkosten daarmee sterk worden teruggedrongen en mannen vinden het nu eenmaal leuk om ergens op te richten.
Henriëtte Prast van de WRR noemde in een interview voor de NRC als voorbeeld de keuze voor vlees of geen vlees. Nu is de standaard: vlees eten. Ben je vegetariër, dan moet je voortdurend aangeven dat je geen vlees wilt. Elke keer moet een vleesverlater dus psychologische kosten betalen en zich verantwoorden. Prast stelt voor om de standaard om te draaien: serveer vleesloze gerechten en laat iemand die vlees wil dat aangeven. 'Bent u carnivoor, geef het door'. Zo'n aanpak wordt ook wel 'liberaal paternalisme' genoemd. Liberaal omdat je de keuzevrijheid respecteert, maar paternalistisch omdat je mensen helpt om de goede keuze te maken. In dit geval een keuze die minder broeikasgassen uitstoot en biodiversiteit spaart. Bewust mensen beïnvloeden wordt ook wel keuzearchitectuur genoemd. Uiteraard is dit een aanpak die in de supermarktwereld al lang bekend is en gebruikt wordt. De vraag is of de overheid hier ook gebruik van kan gaan maken om mensen te bewegen om keuzes te maken die het milieu minder belasten.

donderdag 22 oktober 2009

Debatteren over voedsel


Afgelopen vrijdag was het Wereldvoedseldag. Om deze dag luister bij te zetten organiseerden verschillende partijen een debat over de wereldvoedselproductie onder de titel ’Goed te eten in 2050?’. Een van de vele debatten de laatste weken, trouwens. Een week eerder was ik bij een debat in Wageningen georganiseerd door Schuttelaar en natuurlijk zijn er de debatten in De Rode Hoed over de toekomst van de landbouw en ons voedsel, die op internet tot boeiende discussies hebben geleid op Foodlog (debat 1, debat 2 en debat 3).

Wat me enorm opvalt en ook wel zorgen baart, is dat veel debatten nog steeds zo sterk vanuit hokjes en geharnaste posities worden gevoerd. Bij sommige discussies voel ik me weer in de collegebankjes zitten toen er felle debatten waren over biologisch versus gangbaar, kleinschalige versus grootschalige landbouw en tussen de aanhangers van de Appropriate Technology en de sociologen van het Imperialisme Kollektief.

In de debatten zijn grofweg vier wetenschappelijke stromingen te onderscheiden: de Technologen, de Biologen, de Sociologen en de Economen.
De Technologen hebben een grenzeloos vertrouwen in de technologie. Als we dat maar genoeg inzetten dan zullen de opbrengsten per hectare verveelvoudigen en kunnen we de 9 miljard mensen in 2050 met gemak voeden. De milieuproblemen kunnen we technisch oplossen door zonne-energie in te zetten, fosfaat terug te winnen, heel precies te bemesten en ziekten en plagen met moderne middelen onder controle te houden. Prof. Rabbinge en Prem Bindraban van de Wageningen Universiteit (WUR) zijn belangrijke vertegenwoordigers van deze stroming, maar ook Louise Fresco reken ik hiertoe.
De tweede groep zijn de Biologen. Die zijn voor het sluiten van kringlopen en voor het benutten van natuurlijke processen. Zij zien de oplossing van het voedselprobleem vooral in het promoten van biologische landbouw. Iets waar de Technologen helemaal niets in zien, vanwege de verwachte lage opbrengsten. De Biologen zijn van hun kant fel gekant tegen sommige technologische oplossingen, zoals genetisch gemodificeerde organismen. De Biologen zien we vooral veel in de hoek van de biologische landbouw, zoals Jan Juffermans van de Kleine Aarde, maar ook bij de natuur- en milieubeweging. Opvallend weinig van deze groep bij de WUR. Dat bleek ook wel bij het Schuttelaar-debat toen de zaal vol grijze Wageningers zat die biologische landbouw nog steeds een geloof noemden.
Dan zijn er de Sociologen. Die zitten vaak op één lijn met de Biologen, maar zien vooral het kwaad in het grootkapitaal en zetten zich af tegen de industrialisering van de landbouw, omdat dit uiteindelijk leidt tot de ondergang van de echte boerenlandbouw. Hier vooral een pleidooi voor kleinschalige landbouw waar boeren zeggenschap houden over de eigen productiemiddelen. Ook pleiten zij vaker voor marktregulering. Jan-Douwe van der Ploeg (ook WUR) is al jaren de grootste exponent van deze groep. Wat mij opviel in het debat was dat de analyses dezelfde zijn als 25 jaar geleden, maar dat er nauwelijks nieuwe oplossingen uit deze kring komen.
Ten slotte zijn er de Economen. Die geloven vooral in het heil van de markt. Als die maar optimaal en transparant functioneert dan komt het uiteindelijk allemaal goed. Vrijhandel tussen landen is nodig om te komen tot een toenemende welvaart in de wereld. In de ogen van Economen is schaalvergroting in de landbouw iets onvermijdelijks. Ze zijn het daarom vaker eens met de Technologen. Ook Economen vinden we bij de WUR, maar zij komen tot heel andere conclusies dan de Sociologen.

Wat me nu het meest verontrust is dat we na 25 jaar nog steeds dezelfde debatten met elkaar voeren en dat de verschillende meningen en opvattingen geen duimbreed dichter bij elkaar zijn gekomen. De WUR blijkt inderdaad het spreekwoordelijke veelkoppige monster te zijn, met dito meningen. Het lukt blijkbaar niet om tot een gemeenschappelijke probleemperceptie te komen, laat staan tot breedgedragen oplossingen. In mijn ogen moeten de muren van de hokjes nodig geslecht worden. Wat we nodig hebben zijn Nuchtere Denkers, Bruggenbouwers en Over Muren Kijkers, die niet vanuit vaste stellingen naar de huidige problemen kijken, maar intelligente combinaties kunnen maken en kennis kunnen combineren van verschillende wetenschappen om zo tot duurzame oplossingen te komen. Waarom is gentech per definitie slecht als gewassen daardoor beter tegen droogte kunnen? Wat is er mis om in Afrika biologische systemen de promoten die de kringlopen van mineralen zo veel mogelijk sluiten, zodat kleine boeren niet steeds de dure kunstmest hoeven te kopen? Toen ik nog studeerde propageerden we het Interdisciplinaire Werken. Blijkbaar is die stroming in Wageningen nog steeds niet echt van de grond gekomen.