zaterdag 9 maart 2013
Zwaarwegende kinderbelangen
De relatie tussen suiker en overgewicht is weer volop in het nieuws. Foodwatch is een burgerinitiatief gestart tegen kindermarketing en Zembla had laatst een uitzending over het verborgen suiker in veel van onze voeding. Een recent artikel in de New York Times van Michael Moss bevestigde het beeld: uit smaaktesten blijkt dat consumenten voorkeur hebben voor producten met suiker, dus stoppen veel voedingsbedrijven suiker in het eten om de verkoop te stimuleren. Het is net als doping: iedereen doet het, dus ik moet wel meedoen om met de besten mee te komen en geen marktaandeel te verliezen.
Ik moest hieraan denken toen ik deze week de bijeenkomst ‘Zwaarwegende kinderbelangen’ bijwoonde over kinderen en overgewicht. De bijeenkomst was georganiseerd door projectmanagementbureau P2 en uitgenodigd waren vertegenwoordigers van de voedingsindustrie, zorgverzekeraars, GGD, maatschappelijke organisaties en overheid. Er waren korte presentaties over de succesvolle wijkaanpak in Utrecht en Rob Oudkerk hield een verhaal over JOGG (Jongeren Op Gezond Gewicht). De publiek-private samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven kwam uitgebreid aan de orde en ook de dilemma’s die daarbij spelen. Het is natuurlijk helemaal prima als Albert Heijn jongeren voorlichting geeft over gezonde voeding door de eigen vakkenvullers op te leiden als JOGG-coach. Maar het wordt ingewikkelder als maatregelen tegen overgewicht leiden tot een lagere omzet van suikerhoudende producten als frisdrank en snoep. Vandaar dat bedrijven zich liever willen verbinden aan activiteiten die jongeren stimuleren om meer te bewegen en te sporten: dan mag je namelijk met een gerust geweten een reep eten of een cola drinken (of liever een colaatje, dat klinkt nog minder erg aldus Rob Oudkerk).
Wat doen we hieraan? Als we overgewicht willen terugdringen dan is het onvermijdelijk dat er minder suikerhoudende dranken en etenswaren worden verkocht. Aan het alternatief - water drinken, liefst uit de kraan – verdient niemand iets. Er worden vanuit JOGG wel gratis bidons uitgedeeld, maar de frisdrankautomaten blijven staan. Daar verdient de school namelijk duizenden euro’s per jaar mee waar het leuke activiteiten van kan organiseren. Het is dus roeien tegen de economische stroom in. Compromis is dan dat er vooral lightproducten worden verkocht, maar daar schijn je juist weer honger van te krijgen, omdat je lichaam zoet proeft, maar het niet krijgt.
In Utrecht Overvecht hebben ze het anders gedaan. Daar hebben de basisscholen en de gemeente afgesproken dat alle scholen om 10 uur fruit eten, in plaats van koek of snoep. De projectleider van de GGD heeft de indruk dat deze maatregel het beste heeft geholpen in het terugdringen van overgewicht: het is duidelijk, iedereen doet mee en het helpt om regelmaat te krijgen in de maaltijden die kinderen op een dag naar nuttigen.
Nu nog water drinken in plaats van appelsap en een lekkere warme maaltijd met verse groenten tijdens de lunch en de zwaarwegende kinderbelangen worden een stuk lichter.
donderdag 17 januari 2013
Innovatie en vertrouwen
Eind vorig jaar hebben we met de medewerkers van InnovatieNetwerk bij elkaar gezeten om van gedachten te wisselen over de relatie tussen schaalvergroting in de veehouderij en vertrouwen. Schaalvergroting is een succesvolle strategie gebleken om te kunnen concurreren op basis van kostprijs, maar blijkbaar wekt schaalvergroting in de veehouderij ook wantrouwen op in de samenleving. Megastallen worden afgebeeld als model voor het slecht omgaan met dieren. Terwijl de schaalgrootte zelf daar niet op van invloed hoeft te zijn. Het hangt veel meer af van het stalsysteem en het vakmanschap van de veehouder.
In dezelfde periode werd ik ook uitgenodigd door de ondernemers van het Nieuw Gemengd Bedrijf als oud-lid van de stuurgroep die de ontwikkeling heeft begeleid. De stuurgroep hield op te bestaan en dat was aanleiding voor een reünie van alle betrokkenen. Het werd een bijzondere avond waar het woord vertrouwen ook veelvuldig werd gebruikt.
Eerst even kort uitleggen wat het Nieuw Gemengd Bedrijf (NGB) inhoudt. Het NGB is gepland in het landbouwontwikkelingsgebied bij Grubbenvorst. Het bestaat uit een varkensbedrijf, een kippenbedrijf en een bio-energiecentrale. Doel van het NGB is om “kringlopen te sluiten, dierenwelzijn te verbeteren, transport te reduceren, milieuwinst te behalen, grond efficiënter te gebruiken en economisch een beter rendement te behalen”. De ambitie van de betrokken ondernemers is om het duurzaamste bedrijf van Nederland neer te zetten. Transport wordt binnen het kippenbedrijf bijvoorbeeld vermeden door verschillende schakels binnen de keten te combineren tot en met de slachterij. Hierdoor is een behoorlijke schaalgrootte nodig: 1,1 miljoen kippen. Meer info is te vinden op de website van het NGB. Deze schaalgrootte was en is voor tegenstanders van megastallen aanleiding om het NGB te vuur en te zwaard te bestrijden. Zowel op lokaal niveau door actiegroep Behoud de Parel als op nationaal niveau door Milieudefensie en Wakker Dier.
Terug naar de avond in december. De sfeer was dubbel. Van de ene kant was er reden voor een feestje - de milieuvergunning en de bouwvergunning waren verstrekt - maar van de andere kant was er ook veel frustratie, omdat er nog een hele lange weg te gaan was, inclusief juridische procedures tot aan de Raad van State. De projectleider van Knowhouse zette de toon door een kruiwagen met rapporten naar binnen te rijden die sinds maart 2004 waren gemaakt om de milieu- en bouwvergunningen te onderbouwen. Vooral de Milieu Effect Rapportage (MER) heeft heel wat bomen gekost. Voor de ondernemers is de lange doorlooptijd (8 jaar) een bron van frustratie. Vooral omdat zij de duurzaamste technieken willen toepassen, maar dit door de lange doorlooptijd en de strikte procedures niet kunnen. De MER vraagt bijvoorbeeld toepassing van bewezen technieken, die echter bij de uiteindelijke vergunningverlening al weer verouderd zijn. Als ondernemers een oude techniek willen vervangen door een nieuwere, lopen ze het risico dat ze de hele MER moeten overdoen. Dat doet natuurlijk niemand. Hier kwam het woord vertrouwen in relatie tot innovatie om de hoek kijken. Kan de overheid in haar procedures niet een prikkel inbouwen die ondernemers voortdurend uitdaagt om de duurzaamste technieken te gebruiken? Kan een MER niet dynamisch worden gemaakt, zodat innovatie wordt bevorderd in plaats van geremd? En in hoeverre kan vertrouwen in de passie en drijfveren van een ondernemer een rol spelen bij het verlenen van een vergunning? Dit is natuurlijk vloeken in de juridische kerk, maar het zou innovatie een stuk bevorderen.
Het meest getroffen was ik door het verhaal van Marcel Kuijpers, een ondernemer die ik heb leren kennen als man met een grote passie voor innovatie en duurzaamheid. Hij heeft het extra zwaar te verduren. Actiegroepen vechten niet alleen zijn nieuwe plannen aan, maar nemen ook zijn huidige pluimveebedrijven in Noord-Brabant op de korrel, omdat die niet meer voldoen aan de geldende milieunormen. Dat is logisch, want Kuijpers is al 8 jaar bezig om op de locatie in Grubbenvorst te beginnen en het zou kapitaalvernietiging zijn als hij nog zwaar zou investeren in zijn huidige locaties. Hij vertelde over een discussieavond in zijn eigen dorp met mensen van zeer verschillend pluimage waar hij zijn plannen voor het NGB kon toelichten, zonder dat hij zich direct moest verdedigen tegenover tegenstanders. Er werden kritische vragen gesteld, maar er werd ook geluisterd en er was respect en vertrouwen. Geworteld zijn in de omgeving, mensen persoonlijk kennen zijn sleutelwoorden om vertrouwen te winnen en om ruimte te krijgen om te ondernemen. Voor Kuijpers was het daarom veel gemakkelijker geweest om op zijn huidige locaties stilletjes uit te breiden in plaats van op een nieuwe plek iets innovatiefs en duurzaams te beginnen.
Ik hoop van harte dat de ondernemers van het NGB uiteindelijk de gelegenheid krijgen om ook het vertrouwen te winnen van de mensen in Grubbenvorst en dat ze kunnen laten zien dat schaalgrootte, duurzaamheid en dierenwelzijn hand in hand kunnen gaan.
vrijdag 14 december 2012
Co-creëren in Culemborg
De wat kille en steriele stadzaal in het oude stadhuis is op 12/12/12 omgetoverd in een warme TV-studio met lampen, boxen en computers. Maar vooral met mensen die een droom hebben en deze droom willen delen met andere Culemborgers. Waar normaal gesproken raadsleden debatteren en burgers hun ongenoegen komen uiten, stroomt nu de wens tot samenwerken en verbinden. Gerwin Verschuur kwam op het idee om een cocreatiemarathon te organiseren toen hij bij een bijeenkomst was over de kernwaarden van de stad. Drie kernwaarden kwamen al snel bovendrijven: vitaal, betrokken en eigenzinnig. Hoe krijg je die kernwaarden tot leven?
In zijn openingsspeech om 12 minuten voor 12 is Gerwin hier duidelijk over: "De overheid trekt zich terug en de markt brengt lang niet altijd het maatwerk dat er nodig is. Dat de overheid minder te besteden heeft is een feit en de politiek doet zijn uiterste best om de beschikbare middelen zo goed mogelijk te verdelen. Maar het is verdeling van schaarste. Ook in Culemborg! Ik wil niet lijdzaam afwachten tot de stad langzaam minder aantrekkelijk wordt doordat de overheid steeds minder middelen te besteden heeft. Ik wil niet lijdzaam afwachten of en hoe onze ondernemers in de binnenstad of op het bedrijventerrein Pavijen de crisis overleven. Ik wil niet lijdzaam afwachten tot Culemborg geen theater, zwembad en kinderboerderij meer heeft en steeds meer mensen in Culemborg zonder baan zitten. Deze maatschappelijke veranderingen vragen om een samenleving die zich organiseert en een zelfstandige positie inneemt ten opzichte van de overheid en het bedrijfsleven. Daarvoor is verbinding nodig tussen mensen die wonen en werken in Culemborg om in deze crisis de klappen op te vangen. Wij hebben als mensen die wonen en werken in de stad gezamenlijk meer geld te besteden dan de gemeente Culemborg. Verbinding is nodig om te ervaren dat we samen meer kunnen dan alleen. Verbinding is nodig om in stand te houden en te versterken wat wij belangrijk vinden. Verbinding is nodig om samen te werken aan een nieuwe perspectieven."
Verbindingen werden er ook gelegd tijdens het themauur over 'voeding, gezondheid en water' dat ik mocht organiseren. Twaalf mensen van uiteenlopend pluimage kwamen met leuke plannen en initiatieven. Er waren zelfs twee mensen met een vergelijkbaar idee die elkaar niet eens kenden. Met een aantal mensen ben ik bezig om een Initiatiefgroep Gezond Culemborg op te zetten om het zaadje dat op 12/12/12 is geplant verder op te laten groeien.
Niet alleen bij mijn thema werden zaadjes geplant. Na twaalf uur zijn er talloze verbindingen gelegd, hebben tientallen mensen verdeeld over twaalf thema's hun dromen en ideeën voor de stad gedeeld met anderen en hebben mensen gezocht naar dwarsverbanden en nieuwe combinaties. Maar bovenal hebben de aanwezige mensen aan elkaar laten zien hoeveel elan er is in Culemborg, hoeveel goede ideeën er leven en hoeveel je kunt bereiken door gezamenlijk zaken aan te pakken. "Niet meer pappen en nathouden" was de uitspraak van Eric Borrias bij het eerste themauur, "maar gezamenlijk de schouders eronder en doorpakken". De eerste vervolgafspraken zijn al gemaakt en in januari wordt de volgende stap gezet.
vrijdag 30 november 2012
Zorgkosten omlaag door goede voeding?
Het stof dat afgelopen weken opvloog vanwege de kabinetsplannen voor een inkomensafhankelijke zorgpremie is weer langzaam neergedaald, maar het probleem van toenemende zorgkosten blijft bestaan. Dit jaar hebben de zorgverzekeraars de premie niet hoeven te verhogen, omdat er is bezuinigd op dure medicijnen, maar de manier waarop wij ons zorgsysteem hebben georganiseerd, leidt er bijna automatisch toe dat de kosten de pan uit blijven stijgen. Oud-minister Ab Klink heeft daar in een onderzoeksrapport ook op gewezen. De prijsprikkels in ons zorgsysteem zijn zodanig dat het aantal behandelingen alleen maar toeneemt, omdat artsen per verrichting worden betaald. Dat roept bij mij direct de vraag op of het niet anders kan. Kunnen we artsen niet gaan betalen voor het gezond houden van mensen, in plaats van voor het beter maken van zieken?
Gezonde voeding zou wel eens de sleutel kunnen zijn voor het terugdringen van ziektekosten en medicijngebruik. Alleen is er bij artsen schrikbarend weinig kennis over gezonde voeding en krijgt voeding ook nauwelijks aandacht bij de opleiding medicijnen (what’s in a name?). Positieve uitzondering is de Belgische arts Kris Verburgh die met zijn boek ‘De voedselzandloper’ heel wat heilige huisjes omverwerpt en met adviezen komt die anders zijn dan de traditionele adviezen van de Gezondheidsraad en het Voedingscentrum. Ik wil me als betrekkelijke leek niet mengen in het wetenschappelijk debat over wat gezond is en wat niet, maar toch heeft het boek van Verburgh me aan het denken gezet. Een van de constateringen die hij doet is dat voeding met een hoog gehalte aan omega-3 vetzuren bewezen gunstige effecten heeft op het cholesterolgehalte en de kans op hart- en vaatziekten verkleint. Toch schrijven veel artsen standaard statines voor als patiënten een te hoog cholesterolgehalte in het bloed hebben. Waarom? Verburgh geeft een simpele analyse: follow the money. Omega-3 vetzuren zijn niet patenteerbaar en dus valt er niet veel aan te verdienen. Statines daarentegen zijn een cash-cow voor veel farmaceutische bedrijven. Het gevolg is dan ook dat er meer onderzoek wordt gedaan naar effecten van statines dan naar effecten van omega-3. Inderdaad, meestal betaald door dezelfde farmaceutische bedrijven. Bovendien is er ook veel meer voorlichting en reclame over statines, dan over omega-3 vetzuren. Zo versterkt het een het ander en blijven we in een spiraal zitten van medicalisering en toenemende zorgkosten.
Hoe kunnen we deze spiraal doorbreken? En hoe kunnen we ervoor zorgen dat het zorgsysteem zodanig werkt dat preventie wordt gestimuleerd, zodat genezing minder nodig is? Moeten we artsen beter informeren over de relatie tussen voeding en gezondheid? En moeten we ervoor zorgen dat verschillende disciplines meer kennis gaan uitwisselen? De Stichting Voeding Leeft heeft hier al een begin mee gemaakt door afgelopen mei een symposium te organiseren. Heel belangrijk, maar een systeemomslag realiseren we hier nog niet mee. Kunnen we dan de zorgpremie afhankelijk maken van iemand leefstijl in plaats van van zijn inkomen? Zwak punt is natuurlijk de controleerbaarheid. Het gaat wat ver om mensen te verplichten om aan hun zorgverzekeraar te rapporteren wat ze eten en hoeveel ze bewegen. Moeten we dan meer gebruik maken van prijsprikkels rond voeding? Reumatoloog Richard Verheesen pleitte onlangs in een column op Foodlog voor een verhoging van BTW op ongezond eten. Er waren veel twijfels over de effectiviteit van dit instrument, omdat de prijselasticiteit van ongezond eten gering is en het ook moeilijk is om precies te definiëren wat wel of niet gezond is. Maar het zou wel een manier zijn om de zorgpremie eerlijker te verdelen. Consumenten die veel zoetwaren en frisdrank kopen betalen via de accijns een deel van de zorgpremie, waardoor deze automatisch omlaag kan en mensen die gezonder eten dus netto minder premie betalen.
Wie betere ideeën heeft en deze bovendien kan vertalen naar een grensverleggend concept mag het zeggen.
Boeren tussen Broadway en The Bronx
Begin oktober jl. had ik het voorrecht om deel te nemen aan een studiereis over stadslandbouw in New York City. Het reisgezelschap was zeer gevarieerd: overheid, onderwijs, NGO’s, universiteit en bedrijfsleven. Te veel indrukken om in één blog samen te vatten. Daarom geef ik hier mijn belangrijkste bevindingen weer. Onderaan staan enkele links naar blogs van andere deelnemers en naar websites die veel gedetailleerder verslag doen van ‘urban farming in NYC’.
Stadslandbouw in New York City is booming. Dat kunnen we wel zeggen. Er zijn meer dan 700 initiatieven en dagelijks komen er meer bij. De drivers achter deze initiatieven zijn echter zeer verschillend.
Allereerst: In de armere wijken met weinig groen zijn ‘community gardens’ hét antwoord op verpaupering. Op braakliggende stukken gemeentegrond beginnen bewoners tuintjes aan te leggen om groenten te verbouwen of om een plek te hebben om te recreëren. Begin deze eeuw heeft burgemeester Giuliani nog geprobeerd de tuinen weer te verkopen aan projectontwikkelaars, maar daar kwam veel protest tegen. Nu faciliteert de gemeente New York via het programma Green Thumb de community gardens door zaaizaad en schone grond te verstrekken en – indien nodig – te helpen bij het opruimen van zware spullen. Als nieuwe initiatieven zich aanmelden, krijgen ze een vergunning en wordt er een hek geplaatst met een bord waarop de naam van de tuin staat en een telefoonnummer voor klachten. De tuinen moeten minimaal 20 uur per week openbaar toegankelijk zijn en de gebruikers moeten zich aan enkele regels houden.
Een tweede driver is gezondheid en voedselzekerheid. In veel armere wijken van New York zijn verse groenten niet gemakkelijk te krijgen. Zeker niet als je graag groenten eet uit je eigen land van herkomst. In The Bronx hebben we de organisatie ‘La Familia Verde' bezocht. Zij hebben vijf tuinen onder hun hoede die allemaal verschillende groenten verbouwen: van Mexicaanse kruiden tot diverse pepertjes uit de Caraïben. Veel van de community gardens houden regelmatig een boerenmarkt om hun eigen spullen aan buurtbewoners te verkopen. Hierdoor maken ze het veel gemakkelijker voor wijkbewoners om verse groenten te kopen die ze kennen.
Een andere driver is educatie. In de armere wijken worden stadslandbouwinitiatieven gebruikt om kansarme jongeren op te leiden tot leiders binnen hun gemeenschap. Een mooi voorbeeld zijn de East New York Farms waar jongeren tussen de 13 en 17 leren hoe ze groenten moeten verbouwen, maar ook hoe ze een boerenmarkt moeten organiseren, hoe ze anderen kunnen helpen bij het tuinieren en wat de rol van stadslandbouw kan zijn in de lokale gemeenschap. Nog zo’n voorbeeld is de Red Hook Community Farm waar tuinbouw plaatsvindt in grond bovenop een oud baseballveld van asfalt en waar honderden vrijwilligers bezig zijn met groenten verbouwen en jongeren opleiden. Ook universiteitsstudenten die met hun afgeronde studie geen baan kunnen vinden, raken geïnteresseerd in stadslandbouw. Het voorbeeldbedrijf Stone Barns net buiten New York leidt jongeren op om zelf een boerderij te beginnen. Vaak jongeren zonder agrarische achtergrond, maar wel zeer geïnteresseerd in voedsel en ecologische processen en gedreven om de maatschappelijke waarde van voedsel en landbouw naar voren te brengen.
Een vierde driver is de verbinding herstellen tussen mensen en hun voedsel. Ook een vorm van educatie. In het zuidelijkste puntje van Manhattan, op steenworpafstand van Wallstreet zijn een paar enthousiastelingen de Battery Urban Farm begonnen. Kinderen leren hoe groenten groeien en hoe ze smaken, maar ook volwassenen vinden het leuk om – vaak schoorvoetend – binnen te komen en vragen te stellen. Kinderen van naburige scholen krijgen een programma aangeboden en proeven de verschillende groenten. Resultaat: aan het begin lusten kinderen alleen worteltjes en broccoli, maar na een jaar wroeten en proeven eten ze alle groenten! Overigens kregen we tijdens de reis ook nog informatie over het uitgebreide SchoolFood program van New York City. De overheid verstrekt jaarlijks 117 miljoen schoolmaaltijden aan alle openbare scholen! Zowel ontbijt, als lunch. De meeste zijn gratis en worden verstrekt aan kinderen uit armere gezinnen. De samenstelling van de maaltijden is op last van de overheid gezonder geworden en minder calorierijk. Dat heeft weer tot een tegenreactie geleid van scholieren die hun maaltijd nu niet meer te pruimen vinden. Tja, hadden ze maar naar de Battery Urban Farm moeten gaan.
En dan de economie. Niet voor niets op de vijfde plaats. Een van mijn vragen voordat ik naar New York vertrok, was hoe stadslandbouwprojecten zich financieel bedruipen. Wat is het verdienmodel? Dat is er maar zeer ten dele. Veel van de initiatieven krijgen financiële steun van diverse particuliere fondsen en soms een beetje van de overheid vanwege hun belangrijke rol in gemeenschapsontwikkeling en educatie. Daardoor kunnen ze mensen inhuren en programma’s ontwikkelen. Maar er zijn wel degelijk ook economische voordelen. Op zaterdag bezochten we de grootste boerenmarkt in New York op het Union Square in downtown Manhattan. De markt is opgezet door GrowNYC, een milieuorganisatie die heel praktisch is gaan samenwerken met bewoners. Ze organiseren onder andere boerenmarkten door heel New York en bieden daardoor een kans voor boeren en tuinders rondom de stad om hun producten rechtstreeks te verkopen aan de consument. Op de markt kunnen mensen ook betalen met hun voedselbonnen (Food Stamps), die door de overheid worden verstrekt aan mensen met weinig geld. Die bonnen kunnen overal worden ingeleverd (ook bij de pizzabakker), maar de gemeente New York geeft een extra bonus van $2 als een voedselbon van $5 wordt ingeleverd bij een boerenmarkt. Hierdoor kunnen mensen met een kleine portemonnee toch verse boerenproducten kopen. De wachtlijst voor verkopende boeren bewijst dat het ook voor hen zeer rendabel is. Aandachtspunt blijft de logistiek. Het is voor boeren nauwelijks rendabel om met een vrachtautotootje met verse producten de restaurants te gaan beleveren: parkeren is een groot probleem in Manhattan en het kost simpelweg te veel tijd. Vandaar dat GrowNYC ook begonnen is met een groothandel voor boerenproducten. Door meerdere producten te bundelen moet de logistiek handiger te regelen zijn.
Een ander initiatief dat zichzelf kan bedruipen is de Brooklyn Grange, een daktuin op een industrieel gebouw dat nu onder andere wordt gebruikt als café-restaurant. Het bouwplan wordt zorgvuldig samengesteld aan de hand van de verwachte opbrengsten en verkoopwaarde. De groenten worden afgezet naar naburige restaurants en rechtstreeks geleverd aan consumenten. Vaak verbinden consumenten zich ook voor langere tijd aan een dergelijk initiatief door middel van een CSA (Community Supported Agriculture). En zo’n daktuin leent zich natuurlijk ook goed voor een feestje of een andere bijeenkomst. Nog een mooie inkomstenbron.
Kortom, stadslandbouw in New York verenigt vele functies: wijkontwikkeling, gezondheid, educatie en economie. Rode draad is toch dat voedsel mensen met elkaar verbindt en de saamhorigheid en samenwerking bevordert. Daardoor zit de grootste winst niet bij het vergroten van het financiële kapitaal, maar vooral bij het sociale kapitaal.
Links:
• Blog van Esther Veen, onderzoeker stadslandbouw
• Blog van Jan Vannoppen, directeur van Velt in België
• Verslag van Niko Moerman van het Productschap Tuinbouw
• Site waar alles op staat over stadslandbouw in New York
• Food Works, een plan van de New York City Council voor een voedselstrategie in NYC. Plan heeft nog geen formele status, maar wordt wel uitgedragen door de waarschijnlijk volgende burgemeester van New York, Christine Quinn.
zaterdag 2 april 2011
Aardbeienacademie - les 1 grond en planten
Het is zaterdag 2 april. Prachtig weer voor de officiële opening van het aardbei-academisch jaar. Vandaag dus mijn aardbeienplantjes opgehaald bij professor Jan Robben in Oirschot. En zoals een eigenwijze student betaamd, niet alleen de adviezen van de hoogleraar opgevolgd, maar ook zelf wat gaan experimenteren. Ik zal mijn bevindingen hier regelmatig bijhouden, zodat ik gemakkelijker kennis en ervaringen kan uitwisselen met mijn medestudenten.
Ik heb drie rassen gekocht: Elsanta, Everest en Elie. De laatste twee zijn doordragers. Ik heb ze vandaag (2 april) direct in potten geplant. Een deel van de Elsanta's ga ik ook in de moestuin planten (rivierklei).
Ik heb als potgrond een mengsel gebruikt van tuinturf (doorvroren zwartveen) en 'potgrond speciaal' bestaande uit tuinturf, turfstrooisel, witte turf, bolsterveen en meststoffen. Dat mengsel zag er ongeveer hetzelfde uit als de grond die prof. Jan zelf gebruikte, dus ik hoop dat dat goed gaat.
Ik heb de helft van de potten bemest met Osmocote pillen (2 pillen per plant) volgens het advies van prof. Jan en de andere helft met 'Aardbeienmeststof' van Ecostyle. Dat is gedroogde organische mest met mycorrizhae-schimmels. Een klein, niet statistisch verantwoord experimentje. Kijken of de kunstmest het beter doet dan de organische mest.
Nu maar hopen dat de plantjes aanslaan!
zaterdag 3 juli 2010
Na de carrotmob de strawberrymob
Maar nu zie je ook een beweging op gang komen om consumenten samen te laten werken bij het verduurzamen van ketens. Was daar eerst Foodwatch (nog redelijk top-down). Vorige week kwam daar Nudge bij, een consumentenplatform dat 11/11 officieel van start gaat en consumentenkracht wil bundelen om een duurzame samenleving te bevorderen. Vorige week ontstond ook het idee van een #strawberrymob, een jaar na de eerste poging voor een carrotmob. Aanleiding was de pogingen van aardbeienteler Jan Robben om zijn - qua smaak - superieure aardbeien op een goede manier af te zetten. Supermarkten hebben voorkeur voor lang houdbare rassen, terwijl Jan's aardbeien sneller opgegeten moeten worden, maar wel veel lekkerder zijn. "Laten we een strawberrymob organiseren om Jan een steun in de rug te bieden" waren de reacties op Foodlog en Twitter.
En zo geschiede. Aanstaande zondag 4 juli ergens in Amsterdam Zuid vindt de eerste strawberrymob plaats. Een ideaal item voor de media, dus houd die in de gaten. En volg de ontwikkelingen op twitter natuurlijk!
